Tips en weetjes over vruchtbaarheid, deel 2

categorie Vruchtbaarheid
6
jul
2021
0
Reacties
insemineren

Onze specialisten op het gebied van vruchtbaarheid delen elke vrijdag via Facebook een tip of weetje over vruchtbaarheid. Onder de noemer #vruchtbarevrijdag zijn zo al diverse vruchtbaarheidstips aan bod gekomen. 

Natuurlijk willen we de mensen die geen gebruik maken van Facebook ook de gelegenheid geven hun voordeel te doen met deze tips. Daarom verzamelen we hier de tips die de afgelopen periode zijn gedeeld.
Bekijk hier de eerste serie tips

Een tekort aan eiwit in de voeding leidt zelden tot problemen voor de vruchtbaarheid. Een overschot, bijvoorbeeld door te veel (te jong) gras, kan wél gevolgen hebben.
Dat veroorzaakt namelijk een hoog ureumgehalte in het bloed en dat heeft een negatieve invloed op de eicelkwaliteit. Hierdoor ontwikkelen zich minder levensvatbare eicellen.
Daarnaast kan een hoog ureumgehalte een sterke verhoging van embryonale sterfte tot gevolg hebben. Een gezond ureum ligt rond de 20. Aan de mpr-resultaten kun je goed zien of koeien last hebben van een verstoorde energiebalans en of het rantsoen aansluit op de behoeften van de koeien.

Het interval afkalven-eerste inseminatie is het gemiddeld aantal dagen tussen afkalven en eerste inseminatie. Het optimum ligt tussen 50 en 80 dagen na afkalven. Begin je te vroeg, dan kan dit leiden tot lagere bevruchtingsresultaten of droogzetten met teveel liters.
Als je laat begint met insemineren, heb je meer kans op vervetting in het laatste gedeelte van de lactatie of, afhankelijk van het bedrijf, op een lagere melkproductie.

Het is verstandig om te controleren of een koe na de inseminatie drachtig is. Elke dag dat een koe ongewenst gust blijft, kost geld. Drachtcontrole kan via scannen al vanaf 30 dagen na bevruchting. Rectale drachtcontrole is mogelijk vanaf dag 42 na inseminatie.
Je kunt dracht van de koeien ook checken via MPR Dracht. Het melkmonster wordt getest op een eiwit (PAG oftewel pregnancy-associated glycoproteins) dat vanaf 28 dagen te vinden is in de melk van drachtige koeien. De verschillende methoden kunnen ook prima naast elkaar plaatsvinden.

scannen

Met een aantal handige kengetallen houd je de vinger aan de pols. Het percentage non return op 56 dagen (nr-56) is ook een maat voor het succes van de inseminatie, maar dan op koppelniveau. Dit is het percentage koeien dat niet is teruggekomen (ofwel non return) op 8 weken (56 dagen) na de eerste inseminatie.

Een tekort aan vitamine D leidt tot het niet vertonen van de tocht. Bij pinken zorgt het ervoor dat het langer duurt voordat het dier volgroeid is en de afkalfleeftijd vaarzen (ALVA) zal hierdoor oplopen. Vitamine D draagt ook bij aan het voorkomen van melkziekte door een rol te spelen in de stofwisseling van calcium. Weidegang heeft dus een positief effect door een verhoogde opname van vitamine D.

alva

De spermavruchtbaarheid (non-returncijfers) van stieren wordt maandelijks gemonitord. Alleen stieren die aanzienlijk boven het gemiddelde reproductievermogen scoren (+4%), krijgen het unieke CRV BullsEye-label.
Tip: gebruik deze stieren voor koeien die slecht willen dragen.

bullseye

Nog een keer insemineren of gust laten en afvoeren? CRV heeft een kengetal ontwikkeld dat je helpt bij die afweging: de inseminatiewaarde (iw). Deze geeft weer wat het verwachte extra rendement is als de koe na inseminatie drachtig wordt, in vergelijking met afvoeren op een later moment.
De inseminatiewaarde houdt rekening met de leeftijd van de koe, het lactatiestadium, de lactatiewaarde van de laatste monstername en de lactatiewaarde van de vorige lactatie. De inseminatiewaarde is weergegeven op dezelfde schaal als de lactatiewaarde. Als een tochtige koe een inseminatiewaarde heeft van 85 of meer, dan is het de moeite waard om te insemineren.
Je vindt de inseminatiewaarde in het Dieroverzicht in de module Vruchtbaarheid van VeeManager.
In de digitale versie van ons handboek ‘beslissen van kalf tot koe‘ (editie 2020) lees je meer over dit kengetal. De inseminatiewaarde wordt uitgelegd in hoofdstuk 7: vruchtbaarheid!
inseminatiewaarde

Met SiryX (gesekst sperma), mannelijk of vrouwelijk, biedt CRV veehouders een grote kans op een vaars- of stierkalf. Bij gebruik van SiryX vrouwelijk is ongeveer 90% van de geboren kalveren een vaarskalf. Dit geldt zowel voor fokstieren als vleesstieren. Bij een vleesstier wordt soms ook mannelijk gesekst sperma gebruikt. Hierbij is 90% van de geboren kalveren een stierkalf.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *