Helpen aanhoudingscijfers mij verder in de fokkerij?

categorie Stierennieuws
28
okt
2016
0
Reacties

Een veehouder legde ons een interessante vraag voor. Er zijn twee stieren die heel verschillend scoren voor de fokwaarde levensduur. Maar kijk je naar de aanhoudingscijfers in de praktijk dan zijn van beide stieren na 60 maanden nog 31% van de dochters in productie. Hoe kan dat?

Even voor een goed begrip: de fokwaarde levensduur geeft antwoord op de vraag: hoeveel dagen blijven nakomelingen van een stier korter of langer dan gemiddeld op het bedrijf lopen? De aanhoudingscijfers geven antwoord op de vraag: hoeveel dochters van een stier lopen er daadwerkelijk rond op bedrijven na een bepaalde periode?

Laten we eens een paar stieren bekijken:

Stier Fokwaarde levensduur Aanhoudingspercentage na 60 mnd
Romeo 467 31%
Fiction -3 31%


De stier Romeo springt eruit met een fokwaarde levensduur van 467, terwijl Fiction hiervoor slechts -3 scoort.

Kijken we naar de aanhoudingscijfers, dan zien we dat van beide stieren na 60 maanden nog 31% dochters op bedrijven rondlopen. Hoe kan dat? Zou dat percentage voor Romeo met zijn hoge fokwaarde levensduur niet veel hoger moeten zijn?

Met andere woorden, wat zegt de fokwaarde levensduur en wat betekent het aanhoudingscijfer nu werkelijk?

Fokwaarde levensduur
De fokwaarde levensduur geeft aan hoe lang nakomelingen van een stier op het bedrijf aanwezig zullen zijn. De afvoercijfers zijn de basis voor de fokwaarde levensduur.

De volgende zaken spelen echter ook een belangrijke rol. Het is belangrijk te weten wanneer dieren afgevoerd worden. Is dit als vaars of als vierdekalfs koe? Een vaars die uitvalt is veel nadeliger dan een koe die op latere leeftijd uitvalt. De dochters van Fiction blijken uit de afvoercijfers al in een eerder stadium te worden afgevoerd dan de dochters van Romeo. Op 36 maanden na eerste afkalving bleek 73% van de Romeo-dochters nog aanwezig, terwijl dit bij Fiction slechts 66% was.

Verder, staat het dier op een bedrijf met 40% vervanging of op een bedrijf met 15% vervanging? Dit is cruciaal voor de overlevingskans van het dier. Als een koe zelf kon kiezen zou ze liever naar een bedrijf gaan met een laag vervangingspercentage, omdat ze dan meer kans heeft oud te worden. Zeker wanneer het aantal dochters nog laag is heeft toeval daardoor grote invloed op het aanhoudingspercentage.

Romeo heeft bijna 5.000 dochters aan de melk, maar er zijn slechts 48 dochters die al meer dan 60 maanden aanwezig hadden kunnen zijn. Eentje meer of minder heeft dan veel invloed op het aanhoudingspercentage.

Wat voor ouders heeft het dier? Wanneer er al veel levensduur in de koefamilie aanwezig is, heeft dat natuurlijk extra voordeel. Genetisch is dat dier dan al direct in het voordeel om ouder te worden.
Deze informatie wordt allemaal meegenomen in de fokwaarde levensduur.

Aanhoudingscijfers
Aanhoudingscijfers zeggen hoeveel procent van de dochters na bijvoorbeeld 60 maanden nog aanwezig is. Zo blijkt 42% van de dochters van Dudam Suprise (levensduur +449 dagen) na 60 maanden nog aanwezig te zijn, terwijl dit bij Delta Olympic (levensduur -101 dagen) op 26% ligt. Een duidelijke bevestiging dat Surprise meer levensduur vererft dan Olympic.

De aanhoudingscijfers houden geen rekening met afvoer in andere lactaties, en hoe goed de bedrijven en koeien zijn waar de stier op gebruikt is. Voor individuele stieren geeft de fokwaarde levensduur daarom een beter beeld.

Wanneer we de fokwaarde levensduur van alle CRV-stieren in de perspublicatie van GES bekijken zien we ook een duidelijke relatie tussen de fokwaarde levensduur en de aanhoudingscijfers. In deze groep zaten 370 stieren, die zijn ingedeeld in 5 gelijke groepen op basis van hun fokwaarde levensduur. De stieren met de hoogste levensduur (gemiddeld +531 dagen) hadden ook de hoogste aanhoudingspercentages, en omgekeerd. De resultaten zijn weergegeven in deze figuur.

Percentage-dochters-aanwezig

Conclusie
Er is een duidelijke relatie tussen de fokwaarde levensduur en de aanhoudingspercentages. Dit is ook logisch, want beide getallen zijn gebaseerd op dezelfde afvoergegevens van koeien. Voor individuele stieren kunnen wel verschillen optreden, omdat in de fokwaarde levensduur met meer zaken rekening gehouden wordt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *