Nieuw-Zeeland zoekt klimaatvriendelijke grazers

categorie Nieuws
9
jul
2021
0
Reacties
CRV Nieuw Zeeland

Strengere milieu-eisen, steeds meer nadruk op dierwelzijn. Ook in Nieuw-Zeeland ligt de veehouderij onder een vergrootglas. CRV speelt erop in met stieren die een lager melkureumgehalte vererven, met een groeiend aanbod van gesekst sperma en met onderzoek om klimaatvriendelijke koeien te fokken. Tijd voor een overzeese kennismaking.

Zo langzamerhand maken de Nieuw-Zeelandse melkveehouders zich op voor de jaarlijkse arbeidspiek. Eind juli start het nieuwe afkalfseizoen. In de periode tot oktober kalft vervolgens zo’n negentig procent van de Nieuw-Zeelandse melkveestapel. ‘Ons Nieuw-Zeelandse systeem is gebaseerd op de opname van veel vers gras’, vertelt James Smallwood, die sinds augustus 2020 CRV Oceanië aanstuurt. ‘De koeien grazen hier twaalf maanden per jaar. Ze kalven af op  het moment dat het gras weer gaat groeien.’

Gras speelt een hoofdrol in de Nieuw-Zeelandse melkveehouderij. Veel melkveehouders streven naar een maximale melkproductie van eigen grasland met zo min mogelijk kosten. Al in de jaren tachtig maakte het land een eind aan subsidies voor de agrarische sector. ‘Dat heeft de groei van de veestapel enorm gestimuleerd. Veel voormalige schapenbedrijven zijn omgezet naar melkveebedrijven, omdat koeien meer geld opleverden dan schapen’, verklaart James Smallwood. Als gevolg daarvan groeide het aantal koeien fors, van zo’n 2,3 melkkoeien halverwege de jaren tachtig naar een kleine 5 miljoen nu. Nieuw-Zeeland telt daarmee bijna evenveel melkkoeien als inwoners.

Kengetallen Nieuw-Zeeland

aantal inwoners: 5 miljoen
oppervlakte: 268.000 km2 (6 x Nederland)
aantal melkkoeien: 4,921 miljoen
aantal melkveebedrijven: 11.179 miljoen
gemiddelde bedrijfsomvang: 440 koeien
aandeel ki: 70,3 procent
gemiddelde productie: 376 kg vet en eiwit
aandeel kruislingen: 49,1 procent
aandeel holsteins: 32,7 procent

440 koeien per bedrijf

Maar de groei is er inmiddels uit. Op het hoogtepunt in het boekjaar 2014-2015 telde Nieuw-Zeeland iets meer dan 5 miljoen koeien. De afgelopen jaren schommelde het aantal rond de 4,9 miljoen, die in het boekjaar 2019-2020 in totaal 21,1 miljard kg melk produceerden. Zo’n 95 procent van de in Nieuw-Zeeland geproduceerde zuivel wordt geëxporteerd, waarbij China en het Midden-Oosten belangrijke afzetmarkten zijn. Van de 4,9 miljoen melkkoeien bevindt een groeiend aantal zich op het Zuidereiland: zo’n 42 procent op dit moment. Daar bevinden zich ook de grotere bedrijven. Veehouders op het Zuidereiland melken gemiddeld zo’n 645 koeien per bedrijf. In totaal heeft Nieuw-Zeeland iets meer dan 11.000 melkveebedrijven met gemiddeld 440 koeien per bedrijf.

Het seizoensgebonden afkalfpatroon zorgt voor een piek in werkzaamheden in het voorjaar. Dat geldt niet alleen voor melkveehouders, maar ook voor ki-organisaties als CRV. Want het insemineren is eveneens seizoenswerk. ‘Onze inseminatoren moeten in een paar weken tijd zoveel mogelijk koeien drachtig proberen te maken. Gemiddeld haalt een inseminator zo’n 5000 koeien per seizoen. Zo’n tien procent van de inseminatoren insemineert zelfs 8.000 tot 10.000 koeien’, geeft Smallwood aan. In tegenstelling tot concurrent LIC – die in Nieuw-Zeeland het grootste marktaandeel heeft – werkt CRV Oceanië niet met vers sperma. ‘LIC werkt met “Premier Sires”, een pakket stieren dat ze zelf hebben uitgezocht. Wij bieden ook zulke stierenpakketten aan, maar onze veehouders kiezen over het algemeen liever zelf met welke stier ze hun koeien drachtig willen maken. Dan kunnen ze voor de stieren kiezen die het beste bij hun veestapel passen.’

Craig Rowe: ‘Te zware koeien passen hier niet’

Zijn 700 koeien maken dagelijks de nodige meters. ‘Gemiddeld wel 2,5 kilometer per dag’, denkt Craig Rowe van het 270 hectare tellende Maire Farms in Palmerston North op het Noordereiland. ‘We streven daarom naar robuuste koeien met goed beenwerk, die veel gras kunnen opnemen. Te zware koeien passen hier niet; we streven naar een gewicht van 550 tot 600 kilo.’ In tegenstelling tot veel van zijn collega’s werkt Rowe niet met kruisingen van holstein x jersey. ‘Ik ben van jongs af aan al geïnteresseerd in holsteins’, geeft hij aan. Zijn veestapel realiseert een gemiddelde productie van 550 tot 600 kg vet en eiwit per jaar. ‘We hebben de laatste twintig jaar vooral op eiwit gefokt. Liters vind ik minder belangrijk; de koeien moeten niet te veel melk meesjouwen als ze lange afstanden maken. Vet vinden we in toenemende mate belangrijk. Dat wordt de afgelopen drie jaar steeds beter betaald.’

De Nieuw-Zeelandse fokker, die jaarlijks ook koeien spoelt en stieren aan ki-organisaties levert, gebruikt zowel Nieuw-Zeelandse als importstieren, waaronder een aantal Nederlandse stieren. ‘We doen dat om te zorgen voor genoeg genetische variatie. We zoeken stieren die passen in ons graassysteem.’ Rowe melkt zijn koeien in een 54-stands draaimelkstal en werkt met twee groepen: een groep van 350 twee- en driejarige koeien en een groep oudere koeien. ‘Dat werkt gemakkelijker dan één grote groep van 700 stuks. En bovendien hebben de jonge koeien zo minder last van competitie van de oudere koeien.’

Focus in fokprogramma op grazen

CRV Oceanië heeft drie fokprogramma’s: voor holsteins, voor jerseys en voor stieren met een mix van jersey- en holsteinbloed. Kruislingen zijn populair in het land. Afgelopen boekjaar had bijna de helft (49,1 procent) van de Nieuw-Zeelandse melkkoeien een mix van holstein en jerseybloed. Zuivere holsteinkoeien vertegenwoordigen ongeveer een derde (32,7 procent) van de Nieuw-Zeelandse veestapel. Het jerseyras neemt 8,4 procent voor zijn rekening. De stieren van CRV staan op het eigen ki-station in Hamilton, de jonge wachtstieren worden opgefokt in de heuvels op het idyllisch gelegen Peninsula Farms bij een kustinham aan de westkant van het Noordereiland.
In het Nieuw-Zeelandse fokprogramma staan gezondheid en efficiëntie centraal, geeft James Smallwood aan. ‘Maar we kijken naar andere kenmerken dan in Europa. De focus ligt hier op koeien die passen in een systeem met veel gras. Voerefficiëntie is bij ons heel belangrijk, maar daarbij leggen we de nadruk op dieren die goed overweg kunnen met het ruime aanbod aan gras. Ook celgetal, vruchtbaarheid en gehalten staan bij ons hoog op de agenda.’
Ook in het buitenland is vraag naar die graasstieren, merkt Smallwood. ‘We zien een toenemende vraag naar deze genetica in gebieden als Zuid-Afrika, Zuid-Amerika, Australië, Ierland en in sommige delen van de Verenigde Staten. Per jaar exporteren we zo’n 400.000 doses.’

 

Aandeel ki ruim 70 procent

De inseminatiegraad in Nieuw-Zeeland is minder hoog dan in Nederland en Vlaanderen. Ruim zeventig procent van de koeien wordt geïnsemineerd. ‘Veel veehouders kiezen ervoor om bij het jongvee een eigen stier in te zetten. Ook werken veel veehouders met twee inseminatierondes. Daarna gaat een vleesstier bij het koppel voor de koeien die dan nog niet drachtig zijn.’
Smallwood ziet dat melkveehouders er ook steeds vaker voor kiezen om een deel van de koeien te insemineren met een vleesstier. ‘Afgelopen jaar hebben we 60.000 rietjes van vleesveestieren afgezet. Vergeleken met onze totale afzet van ongeveer een miljoen doses stelt het niet veel voor, maar er zit wel groei in dat segment.’ Die groei is volgens Smallwood te danken aan de toenemende populariteit van gesekst sperma. ‘We verwachten dit jaar de verkoop van rietjes sperma te kunnen verdrievoudigen’, geeft Smallwood aan. ‘Voldoende gesekst sperma produceren in Nieuw-Zeeland is op dit moment de uitdaging.’
Ook de opmars van genoomstieren zet door, al zorgt de verkoop van dochtergeteste stieren nog voor het merendeel van de afgezette doses. Naast genetica biedt CRV ook informatieproducten aan. Zo levert CRV diensten als mpr en SireMatch, maar ook een programma en een app die veehouders kunnen gebruiken om de veestapel te managen. Ook start het bedrijf binnenkort met HerdOptimizer.

‘Meer dan 70 procent van het Nieuw-Zeelands vlees komt uit de melkveesector’

In 2007 startte het Nieuw-Zeelandse koppel Ben en Yvonne Lee hun bedrijf Bluestone Herefords in Cannington op het Zuidereiland. Op 590 hectare houden ze 250 moederdieren en fokken ze 200 stuks jongvee op, zowel vaarzen als stieren. Vanaf de start van hun bedrijf richten ze zich op het leveren van stieren voor de melkveehouderij. ‘We doen dat omdat we zagen dat 70 procent van het in Nieuw-Zeeland geproduceerde vlees afkomstig is uit de melkveesector’, vertelt Yvonne Lee.

Sinds 2014 levert Bluestone Herefords ook stieren aan CRV. Het bedrijf concentreert zich op een laag geboortegewicht, een korte drachtduur en geboortegemak. In 2016 startten de Nieuw-Zeelandse herefordhouders ook met het fokken op hoornloosheid. ‘We streven naar homozygoot hoornloze stieren, zodat alle nakomelingen hoornloos zijn en veehouders hun kalveren niet meer hoeven te onthoornen. Het is een simpele oplossing om tijd en geld te besparen.’
Ben en Yvonne maken gebruik van zo veel mogelijk data om hun fokkerijbeslissingen te ondersteunen. Zo worden alle kalveren gewogen bij geboorte en op een leeftijd van 200, 400 en 600 dagen. Ook het geboortegemak wordt geregistreerd en de dieren worden gescand op karkaseigenschappen.

Sector onder vergrootglas

Het Nieuw-Zeelandse CRV heeft in eigen land de reputatie een innovatief bedrijf te zijn. Zo biedt het bedrijf als enige stieren aan die minder gevoelig zijn voor ‘facial eczema’, een door schimmel veroorzaakte huidziekte die ook effect heeft op de melkproductie. ‘Dochters van deze stieren zijn 25 tot 30 procent minder gevoelig voor deze aandoening dan een gemiddelde koe’, legt Smallwood uit. Ook bevat het stierenaanbod zogenaamde ‘LowN’-stieren, stieren die een laag melkureum vererven. ‘We spelen met die fokwaarden in op de vraag van veehouders naar genetische producten om uitdagingen op het gebied van milieu, efficiëntie en dierwelzijn aan te pakken’, geeft James Smallwood aan. ‘Dat zijn actuele thema’s in de Nieuw-Zeelandse melkveehouderij. We krijgen te maken met steeds strengere milieu-eisen. Daarnaast is er groeiende aandacht voor dierwelzijn. De sector ligt steeds meer onder een vergrootglas.’ Zuivelbedrijven spelen daarop in met speciale programma’s. Zo betaalt Fonterra, de grootste zuivelverwerker in Nieuw-Zeeland, vanaf het komende seizoen een premie van maximaal 7 dollarcent (ruim 4 eurocent) per kilo vet en eiwit als veehouders voldoen aan eisen op het gebied van dierwelzijn, milieu en omgang met personeel. Zo moeten veehouders met hun dierenarts een diergezondheidsplan opstellen. Daarin leggen ze onder meer vast hoe ze zorgen voor een voldoende hoge conditiescore van hun koeien. Ook moeten ze nadenken over de inzet van bijvoorbeeld hoornloze stieren. Pas als aan al voorwaarden voldaan is, komen veehouders ook in aanmerking voor een premie van nog eens drie dollarcent voor melkkwaliteit.
‘Onze focus op gezondheid en efficiëntie sluit heel goed aan bij dat nieuwe programma van Fonterra’, stelt Smallwood. ‘Ook breiden we ons aanbod hoornloze stieren komend seizoen uit. Daarnaast spelen we ook met onze LowN-stieren, met gesekst sperma en het aanbod van A2A2-stieren in op wat de markt vraagt.’

 

Klimaatvriendelijke koeien

Recent startte CRV samen met concurrent LIC een project om klimaatvriendelijke koeien te fokken. ‘We staan ook in Nieuw-Zeeland voor de uitdaging om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren. Die opdracht is te groot voor ons alleen. Daarom werken we samen met LIC en de overheid hieraan’, legt Smallwood uit.
In een eerste proef is de voeropname en de methaanemissie van 20 jonge stieren gemeten. ‘We hebben daarbij een relatie gevonden tussen de genetica van een stier en de hoeveelheid methaan die ze uitstoten. In een grotere proef met 300 jonge stieren willen we nu kijken of we dat verband kunnen bevestigen’, vertelt Smallwood. De onderzoekers kijken ook naar de genetische relaties tussen methaan en eigenschappen als melkproductie en vruchtbaarheid. Het moet niet zo zijn dat koeien minder vruchtbaar worden als we op methaan selecteren. ‘Maar als het lukt, zullen boeren straks in staat zijn om koeien met een lage methaanuitstoot te fokken door stieren met een lage methaanuitstoot te gebruiken.’

 

Webinar Young CRV over Nieuw-Zeeland

Young CRV organiseerde in de serie CRV internationaal een webinar over ‘Melken in Nieuw-Zeeland’. Het webinar is hieronder terug te kijken.

Young CRV is een initiatief van de drie jongerenraden van CRV.

Dit artikel is onderdeel van een artikelserie over de internationale vestigingen van CRV en verscheen in Veeteelt, juni 2021

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *