Waarmee kunnen we u helpen?

Mest

Hoe bereken ik de minimale opslagcapaciteit?

U berekent de minimaal benodigde opslagcapaciteit op de volgende manier: vermenigvuldig het aantal dieren (per soort en categorie) dat u kunt houden met de mestproductie van deze dieren.

Aantal dieren
Het aantal dieren dat u kunt houden, staat in uw omgevingsvergunning. Heeft u geen omgevingsvergunning?
Dan gaat u uit van het aantal dieren dat u maximaal in uw stallen kunt houden. U maakt daarbij onderscheid naar diersoort en diercategorie.

Mestproductie
De mestproductie (in kubieke meters) voor zeven maanden berekent u met Tabel 4 Diergebonden normen en met Tabel 6 Stikstof- en fosfaatproductiegetallen per melkkoe. De tabellen zijn te vinden op de website van de RVO: http://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/mest-en-grond/mest/tabellen-en-publicaties
U mag uitgaan van een lagere mestproductie als door bijzondere omstandigheden de hoeveelheid dierlijke meststoffen per dier lager is dan de normen in de tabellen. Deze bijzondere omstandigheden kunnen te maken hebben met de diersoort of -categorie, het huisvesting- of drinkwatersysteem, de samenstelling van het voer of andere onderdelen van uw bedrijfssysteem. U moet dit wel kunnen aantonen.

Heeft deze informatie u geholpen?
Heeft u niet gevonden wat u zocht?

Hoe bereken ik mijn bedrijfsoverschot?

Uw bedrijfsoverschot berekent u als volgt: de hoeveelheid mest (in kilogram fosfaat) die de dieren op uw bedrijf in een kalenderjaar produceren vermindert u met de fosfaatgebruiksruimte voor landbouwgrond en de hoeveelheid fosfaat die u op uw natuurterrein mag uitrijden.

De mestproductie berekent u op vrijwel dezelfde manier als bij het stelsel van gebruiksnormen. In tegenstelling tot het stelsel van gebruiksnormen neemt u de begin- en eindvoorraden mest niet mee in de berekening.  

Heeft deze informatie u geholpen?
Heeft u niet gevonden wat u zocht?

Hoe bereken ik mijn mestverwerkingsplicht?

U berekent elk kalenderjaar zelf uw verwerkingsplicht. U doet dit op basis van de volgende formule:

‘Bedrijfsoverschot in kg fosfaat x verwerkingspercentage = verwerkingsplicht in kg fosfaat’

U bepaalt uw bedrijfsoverschot door de hoeveelheid mest die de dieren op uw bedrijf produceren in een kalenderjaar (in fosfaat) te verminderen met de fosfaatqebruiksruimte (in Nederland gelegen landbouwgrond) en de hoeveelheid fosfaat die u op uw in Nederland gelegen natuurterrein mag uitrijden (normen BGM/beheersregime).

De productie van dierlijke meststoffen berekent u op dezelfde wijze als bij het stelsel van gebruiksnormen. De productie van graasdieren berekent u op basis van de forfaitaire normen of BEX-productie. De productie van staldieren berekent u op basis van stalbalans.

Heeft deze informatie u geholpen?
Heeft u niet gevonden wat u zocht?

Hoe kan ik mijn aangevoerde kunstmest leveranties beheren of wijzigen?

Onder het icoontje “mest” staan de verschillende mestsoorten apart uitgesplitst. 

Wanneer u onder kunstmest de aanvoer open klapt, ziet u hier uw kunstmest leveranties staan (A).
De leveranties in het grijs zijn de automatische ingelezen leveranties van de voerleverancier (B). De leveranties in het wit weergegeven zijn handmatig toegevoegde leveranties (C). Via het “”+-teken””  kunt u eventueel meer toevoegen (D).


Wanneer u op de knop drukt van “Beheer aangeleverde leveranties” (E) komt u in onderstaand vervolg scherm. Hier kunt u in de eerste kolom aangeven of u automatische ingelezen leveranties in het programma wilt gaan gebruiken of juist niet. De tweede regel in onderstaand voorbeeld wordt niet overgenomen.

Heeft deze informatie u geholpen?
Heeft u niet gevonden wat u zocht?

Hoe kan ik mijn mest verdelen?

In de nieuwe applicatie hoeft u de mest niet meer zelf te verdelen. Wanneer u op het icoontje “grond” klikt verdeelt het programma de mest automatisch gelijkmatig over de percelen. Wanneer u dit voor een bepaalde partij bijvoorbeeld vaste mest niet wilt, kunt u dit zelf aanpassen onder dit icoontje “grond”. 

 

Heeft deze informatie u geholpen?
Heeft u niet gevonden wat u zocht?

Hoeveel mest kan ik verwerken?

Komt u met uw berekening uit op een bedrijfsoverschot? Dan heeft u verwerkingsplicht en moet u mest laten verwerken. Het percentage is afhankelijk van de regio waarin uw bedrijf ligt. De percentages worden jaarlijks vastgesteld.

Voor 2014 had u te maken met de verwerkingspercentages: Oost: 15%, Zuid: 30%, Overig: 5%.
Vanaf 1 januari 2015 had u te maken met de verwerkingspercentages: Oost: 30%, Zuid: 50%, Overig:10%.
Voor 2016 zijn de verwerkingspercentages: Oost: 35%, Zuid: 55%, Overig: 10%.

Er is een drempelwaarde vastgesteld: onder 100 kilo fosfaat bent u vrijgesteld van de verwerkingsplicht.

De drempelwaarde geldt na het bepalen van uw verwerkingsplicht, niet na het berekenen van uw bedrijfsoverschot.
Voor 2014 geldt een drempelwaarde van 100 kilo fosfaat.
Ligt uw verwerkingsplicht onder de drempelwaarde? Dan hoeft u geen mest te laten verwerken.
De overige verplichtingen vanuit de Meststoffenwet blijven wel gelden.

Heeft u bijvoorbeeld een overschot van 1.000 kilo, waarvan u 5% moet laten verwerken?
Dan is uw verwerkingsplicht 50 kilo. Maar omdat dit onder de drempelwaarde ligt, hoeft u dit niet te laten verwerken. 

Heeft deze informatie u geholpen?
Heeft u niet gevonden wat u zocht?

In welke situaties is er minder mestopslagcapaciteit toegestaan?

U mag over minder opslagcapaciteit beschikken als:

  • U van 1 augustus tot 1 maart minder dieren in uw stallen kunt houden dan volgens uw omgevingsvergunning is toegestaan.
  • U van 1 augustus tot 1 maart voortdurend minder dieren in uw stallen houdt (bijvoorbeeld omdat u een deel van de dieren elk jaar in deze periode weidt).
  • U de overtollige mest aanbrengt op uw bouwland of grasland waarvoor geen uitrijverbod geldt (deze uitzondering geldt niet voor de mest die u in februari produceert).
  • U de overtollige mest afvoert van uw bedrijf op een manier waarmee u geen schade aanbrengt aan het milieu.
Heeft deze informatie u geholpen?
Heeft u niet gevonden wat u zocht?

Wanneer is er een mestverwerkingsplicht?

De verplichting om mest te laten verwerken geldt alleen als er op uw bedrijf meer mest wordt geproduceerd dan u op uw grond kunt plaatsen. Dit kunt u bepalen door uw bedrijfsoverschot te berekenen.

De berekening en bepaling van de Mestverwerkingsplicht in het CRV Mineraal Bedrijfsoverzicht (pagina 2/4) is per 10 maart 2015 aangepast. Er vindt nu naast de bepaling van het totale fosfaat overschot ook een aparte bepaling plaats van het Melkveefosfaatoverschot. Dit gebeurt in relatie tot de fosfaatplaatsingsruimte en de Melkveefosfaatreferentie van het bedrijf.

Heeft deze informatie u geholpen?
Heeft u niet gevonden wat u zocht?

Wat is de werkingscoëfficiënt?

De werkingscoëfficiënt gebruikt u bij dierlijke en andere organische meststoffen om de werkzame hoeveelheid stikstof in de gebruikte hoeveelheid meststoffen te berekenen. Bij de stikstofgebruiksnorm voor meststoffen voor uw bedrijf gaat u bij de vaststelling van de totale gebruikte hoeveelheid meststoffen uit van de werkzame stikstof in de meststoffen. Voor kunstmest rekent u met een werkingscoëfficiënt van 100%.

Heeft deze informatie u geholpen?
Heeft u niet gevonden wat u zocht?

Wat is mijn gebruiksruimte?

Voor dierlijke mest is de gebruiksnorm 170 kilo stikstof per hectare landbouwgrond. Voor derogatiebedrijven geldt een norm van 250 of 230 kilo stikstof per hectare. De rekensom is als volgt:

Het aantal hectare landbouwgrond x 170 kg stikstof uit dierlijke mest = uw gebruiksruimte dierlijke mest.

Heeft deze informatie u geholpen?
Heeft u niet gevonden wat u zocht?