Waarmee kunnen we u helpen?

Algemene informatie

Hoe neem ik een haarmonster voor een merkertest?

U kunt op verschillende manieren haarmonsters nemen. Het is belangrijk dat er voldoende haarwortels aan de haren zitten en dat de haren droog en zo schoon mogelijk zijn. 

Uit onderzoek is gebleken dat rode haren minder goed bruikbaar zijn voor merkeronderzoek. Gelieve bij rode of roodbonte dieren, indien mogelijk witte haren te trekken.

Haren uit de kruin of lange haren uit de oren trekken
De haren dienen bij voorkeur uit de kruin getrokken te worden. Ook is het mogelijk de lange haren uit de oren te trekken. U kunt hiervoor een tang gebruiken. Let u erop dat u voldoende haren trekt. Het haarmonster moet ongeveer 150 haren bevatten, dit is een bosje haar ter dikte van een potlood of pen.

Haren uit de staart trekken
Wanneer een dier niet vast gezet kan worden aan het voerhek en een haarmonster uit de kruin of oren niet mogelijk is dan kunt u een haarmonster uit de pluim van de staart nemen. Neem een bosje haar ter dikte van een potlood of pen (ongeveer 150 haren) van de pluim van de staart en wikkel dat om u vinger. Trek het vervolgens met een stevige ruk uit de staart van het dier.

Jonge kalveren
Bij jonge kalveren bevatten de haarwortels minder DNA dan bij volwassen dieren. Van jonge dieren zijn daarom meer haren nodig voor het onderzoek.

Opsturen haren
Doe de haren in hun geheel (met haarwortels) in het plastic zakje, de haren mogen niet afgeknipt worden. Stop het plastic zakje in de geleverde antwoordenvelop en stuur die naar ons retour.

Zie de bijlage hieronder voor meer informatie over het nemen van haarmonsters.

Bijlage:   Fokken op Maat – Haarmonster

Heeft deze informatie u geholpen?
Heeft u niet gevonden wat u zocht?

Hoe neem ik een oorbiopt voor een merkertest?

Merkeronderzoek gebeurt vaak via een haarmonster, maar sinds kort is het ook mogelijk om via een oorbiopt het onderzoek uit te voeren. 

Hoe werkt het nemen van een oorbiopt?
Bij het aanbrengen van het oormerk wordt een stukje weefsel uit het oor geknipt. Het weefsel wordt opgevangen in een buisje voorzien van een vloeistof, die het DNA beschermt tegen afbraak. Het monster wordt vervolgens opgestuurd naar CRV voor DNA-onderzoek.

Wanneer wordt een oorbiopt genomen?
Het nemen van een oorbiopt gebeurt meteen bij het inzetten van de oornummers bij een kalf. Dit is ook het enige moment dat er een oorbiopt genomen mag worden. 

Zie de bijlagen hieronder voor meer informatie over oorbiopten.

Bijlagen:  
Fokken op Maat – oorbiopt
Oorbiopten ALLFLEX en BFLEX

Heeft deze informatie u geholpen?
Heeft u niet gevonden wat u zocht?

Waar kan ik DNA-oormerken bestellen?

Een oorbiopt voor DNA onderzoek moet DNA conserverende vloeistof bevatten. 
Er zijn op dit moment twee typen DNA-oormerken beschikbaar. Dat zijn de Allflex van leverancier Hut en de Q-Flex van leverancier B-Flex.

Allflex
U bestelt de oormerken rechtsreeks bij de leverancier Hut. Bij uw bestelling ontvangt u retourenveloppen voor de GD en voor CRV. 

De Allflex oormerken werken met één buisje waar een heldere vloeistof in zit. Deze kunnen zowel voor DNA-onderzoek, BVD-onderzoek als de combinatie van BVD-onderzoek en DNA-onderzoek gebruikt worden.

Als u BVD-onderzoek wil laten uitvoeren of de combinatie van BVD-onderzoek en DNA-onderzoek stuurt u het buisje naar de GD. Als u alleen DNA-onderzoek wil laten uitvoeren stuurt u het buisje naar CRV.

Voor meer informatie gaat u naar: www.hut.nl

Q-flex
U bestelt de oormerken rechtstreeks bij de leverancier B-Flex. Bij uw bestelling ontvangt u retourenveloppen voor de GD en voor CRV. 
De Q-flex oormerken werken met twee buisjes. Het ene buisje bevat een roze vloeistof en is bedoeld voor DNA-onderzoek, het andere buisje is droog (deze bevat geen vloeistof) en is bedoeld voor BVD-onderzoek.

Als u BVD-onderzoek wil laten uitvoeren, stuurt u het droge buisje naar de GD. Als u DNA-onderzoek wil laten uitvoeren stuurt u het buisje met de roze vloeistof naar CRV. Als u beide onderzoeken wil laten uitvoeren stuurt u het droge buisje naar de GD en het buisje met de roze vloeistof naar CRV.

Voor meer informatie gaat u naar: www.bflexoormerken.nl.

Zie de bijlage hieronder voor meer informatie over oorbiopten.

Bijlage:  Oorbiopten ALLFLEX en BFLEX.pdf

Heeft deze informatie u geholpen?
Heeft u niet gevonden wat u zocht?

Welke erfelijke kenmerken worden meegenomen in een merkertest?

Bij een merkertest krijgt u de status van het dier voor:

  • Roodfactor
  • BLAD
  • Hoornloosheid
  • CDH
  • A2 (Beta Caseïne)
  • Beta-Lacto Globine
  • Kappa Caseïne

Afstamming
Naast genomics fokwaarden en erfelijke kenmerken/gebreken controleert de test ook de afstamming. Als de afstamming afwijkt van de huidige registratie passen we dit indien mogelijk aan of zal het stamboek worden ingetrokken. U krijgt hier bericht van en u ontvangt, indien u de deelname heeft, een nieuwe registratiekaart.
Bij het intrekken van het stamboek ontvangt u geen uitslag van de genomics fokwaarden. 

U kunt een aanvraag doen voor een niet-stamboek dier (C-registratie). Op basis van het merkeronderzoek controleren we de afstamming en wordt het dier indien mogelijk stamboek geregistreerd. Blijft het dier niet stamboek dan ontvangt u geen uitslag van het merkeronderzoek met de genomics fokwaarden. De merkertest wordt wel in rekening gebracht. 

Heeft deze informatie u geholpen?
Heeft u niet gevonden wat u zocht?