De lat van Tonnie

categorie Algemeen
19
feb
2016
0
Reacties

10.000 kg melk, 3,60 eiwit en 4,30 vet. Dat zijn cijfers die voor iedere veehouder haalbaar zouden moeten zijn, volgens Tonnie Vissers. Legt hij de lat niet te hoog?

Als specialist veestapelmanagement kijkt Tonnie Vissers op veel boerderijen rond en telkens valt het hem op hoeveel verschillen er bestaan in veestapels, bedrijfsmanagement en rendement.

Tonnie Vissers: ‘Laatst raakte ik in gesprek met een veehouder die vertelde dat zijn veestapel van 400 koeien een productie van 7.000 kg realiseert. Dat is aan de lage kant, vertelde ik hem, want 10.000 kg melk, 3,60 eiwit en 4,30 vet zou eigenlijk voor iedere veehouder haalbaar moeten zijn.’

De veehouder antwoordde dat de kwaliteit van zijn voer te wensen overliet, omdat hij rekening moest houden met weidevogels en dat hij gezien de omstandigheden en mogelijkheden tevreden was met zijn productie. Tonnie: “De doelstelling van deze veehouder is een sobere koe die zeer zelfredzaam moet zijn onder de huidige omstandigheden. Geen punt, als je daarvoor kiest. Er zijn wel meer veehouders die er niet aan moeten denken om voor de maximale productie per koe te gaan.’

Tonnie-Vissers200Ruimte voor verbetering
Iedere boer is anders, weet Tonnie als geen ander. ‘Er zijn veehouders die erg gespitst zijn op het in de hand houden van de kosten. Wil je echt hoogproductieve koeien in je stal, dan vraagt dat nogal wat van je management en is het essentieel om een gezonde en weerbare koe te kunnen melken. Niet iedereen kiest daarvoor, maar de ervaring leert dat er altijd ruimte voor verbetering is. Waarom zou je die onbenut laten?’

Dus liet Tonnie de veehouder zien dat de lat zonder veel moeite een stukje hoger kan. Het antwoord was dat de veehouder met een eigen stier werkt en weinig kosten heeft aan genetica. En daar zitten nu ook net de mogelijkheden.

‘Als de productie zou kunnen stijgen van 7.000 naar 7500 – 8.000 kg zonder in te hoeven leveren op de sobere zelfredzame koe, wat zou dat voor zijn rendement betekenen? Reken maar uit: 400 koeien keer 1.000 kg à 25 ct is 100.000 euro extra.’

Een goed begin
Een mooi bedrag, maar wat komt hierbij kijken? Tonnie: ‘Kiezen voor goede genetica. Met elke veestapel zijn betere resultaten mogelijk, want met een eigen stier kan je veestapel genetisch stilstaan of zelfs achteruitlopen. Kies je voor goede genetica dan selecteer je stieren die goed scoren voor productie én voor gezondheidskenmerken. Ik ben ervan overtuigd dat je dan binnen enkele jaren vooruitgang boekt. En is dat niet het doel van veeverbetering: wat je hebt proberen te verbeteren?

Verbeteren met holstein?
Of verbeteren met fleckvieh?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *