CRV introduceert fokwaarde voerefficiëntie

25
nov
2020
0
Reacties

In december introduceert CRV BV voor haar eigen stieren een nieuwe fokwaarde die het mogelijk maakt om direct te fokken op voerefficiëntie. De index geeft aan hoeveel extra melk dochters van een stier maken uit een kilogram droge stof voer, ten opzichte van het gemiddelde van de populatie. Een goede voerefficiëntie betekent ook een efficiëntere benutting van stikstof en andere mineralen en een lagere CO2 voetafdruk voor de productie van melk.

Het aantal kilogrammen melk dat een koe maakt uit een kilogram droge stof voer. In één zin is dit de omschrijving van voerefficiëntie. ‘Wat dit betekent, snapt iedere veehouder in de wereld’, ervaart Pieter van Goor. Hij is bij CRV verantwoordelijk voor de verzameling en verwerking van voeropnamedata, onder andere op een vijftal praktijkbedrijven. Voordat corona hier een einde aan maakte, begeleidde hij zeker twee keer in de week excursies op deze praktijkbedrijven. ‘De interesse in voerefficiëntie is groot’, merkt de foktechnicus. De voerefficiëntie van een koppel koeien wordt door veel factoren bepaald. Genetische aanleg is er één van.

 

Sinds 2016 fokwaarde voeropname

Sinds april 2016 berekent de Coöperatie CRV al fokwaarden voor voeropname en in december 2017 kwamen daar de fokwaarden besparing voer voor onderhoud (BVO) en besparing voerkosten voor onderhoud (BVK) bij. De BVK bepaalt sinds april 2018 voor 5 procent de NVI. ‘Veehouders kunnen voerefficiëntie dus al langer meenemen in hun fokbeleid. Maar de uitleg van de fokwaarden BVO en BVK is best complex en deze werden in de praktijk daardoor nog weinig gebruikt’, constateert Van Goor. ‘Dat is jammer, want de potentie van fokken op voerefficiëntie is groot. Voerkosten bepalen gemiddeld voor meer dan de helft de kostprijs van een liter melk. Als je daar met behulp van fokkerij een paar procent op kunt besparen, gaat het snel om veel geld.’ Om de uitdrukking van de genetische aanleg voor voerefficiëntie meer aan te laten sluiten op de praktijk ontwikkelde CRV BV voor haar eigen stieren een nieuwe fokwaarde. ‘Deze geeft direct aan hoeveel extra kilogrammen melk dochters van een stier maken uit een kilogram droge stof voer, ten opzichte van het gemiddelde van de populatie’, vertelt Henk Geertsema, die als foktechnisch analist van CRV BV de fokwaarde hielp ontwikkelen. ‘De fokwaarde wordt uitgedrukt als een relatieve index met een gemiddelde van 100, waarbij een score boven de 100 staat voor efficiënter en een score onder de 100 voor minder efficiënt dan gemiddeld’, legt hij uit.

 

Economische betekenis groot

Wat dit in de praktijk betekent, licht Geertsema toe aan de hand van een vergelijking van twee stieren: de één met een fokwaarde van 100 en de ander met een fokwaarde van 104 voor voerefficiëntie. Dochters krijgen de helft van hun genen van hun vader en dit betekent dat dochters van een stier met een fokwaarde van 104 gemiddeld twee procent meer melk uit een kg droge stof voer maken dan dochters van een stier met een fokwaarde van 100. Als de dochters van een gemiddelde stier 10.000 kg melk per lactatie produceren, geven de dochters van een stier met een fokwaarde van 104 gemiddeld 10.200 kg. Bij een melkprijs van 30 cent is dat 60 euro extra melkgeld per lactatie bij dezelfde voerkosten, wat voor een koppel van 100 koeien neerkomt op een 6000 euro hoger voersaldo. ‘De verschillen tussen stieren lijken misschien klein, maar dit rekenvoorbeeld maakt duidelijk dat de economische potentie van fokken op voerefficiëntie groot is’, benadrukt hij.

 

 

Betrouwbaarheid neemt snel toe

Voor jonge (genoom)stieren ligt de betrouwbaarheid van de fokwaarde voerefficiëntie rond de 45 procent. Deze stijgt als voeropnamegegevens van dochters beschikbaar komen. Zo hebben de fokwaarden van bijvoorbeeld GForce en Titanium met ieder 18 dochters in de voerproef al een betrouwbaarheid van ruim 70 procent. De berekening van de fokwaarde voerefficiëntie is op dit moment gebaseerd op een bestand met voeropnamegegevens van zo’n 7000 koeien. ‘Hierbij gaat het om cijfers die we ontvangen van diverse proefbedrijven waar voeropnamedata worden verzameld voor onderzoek en de vijf praktijkbedrijven waar we zelf voeropname meten’, vertelt Geertsema. ‘Alleen al op de CRV-praktijkbedrijven lopen meer dan 2000 koeien. Het databestand wordt dus snel groter en daarmee zal de betrouwbaarheid van de fokwaarde voerefficiëntie verder toenemen’, voorspelt de fokkerijspecialist.

 

Ook levensproductie belangrijk

De erfelijkheidsgraad van het kenmerk voerefficiëntie is ongeveer 0,18. ‘Dat is lager dan voor de meeste productie- en exterieurkenmerken, maar een stuk hoger dan voor vruchtbaarheid- en gezondheidskenmerken’, legt Geertsema uit. Daarmee is het volgens hem beslist nuttig om voerefficiëntie mee te nemen in het fok- en selectiebeleid. ‘Ondanks de relatief beperkte erfelijkheidsgraad is in de praktijk de laatste jaren zichtbaar vooruitgang gerealiseerd door te fokken op klauw- en uiergezondheid’, maakt Pieter van Goor een vergelijking. ‘Dit laat zien dat consequent fokken op een kenmerk met een relatief beperkte erfelijkheidsgraad wel degelijk zinvol is’, benadrukt hij. Overigens is voerefficiëntie niet het enige kenmerk dat bepaalt hoe efficiënt een koe het voer dat ze gedurende haar leven opneemt, omzet in melk. Ook levensduur speelt een belangrijke rol. ‘De hoeveelheid voer die nodig is in de opfokperiode, wordt bij een koe met een hoge levensproductie uitgesmeerd over meer lactaties en meer kilo’s melk dan bij een koe met een lage levensproductie’, legt Geertsema uit. ‘De genetische aanleg voor deze totale efficiëntie wordt weergegeven in het kengetal CRV Efficiëntie. Hierin worden naast voerefficiëntie ook Inet en levensduur meegenomen.’

 

Vader fokwaarde 104: per dag 21 cent hoger voersaldo
De gemiddelde voerefficiëntie op de meetbedrijven is 1,46 kg melk per kg ds voer. Uit 23 kg ds voer maken de koeien dagelijks gemiddeld 33,6 kg melk. Dochters van een stier met een fokwaarde van 104 hebben een gemiddelde voerefficiëntie van 1,49. Zij maken uit dezelfde 23 kg ds voer gemiddeld 34,3 kg melk. Bij een melkprijs van 30 cent is dat 21 cent extra voersaldo per dag

 

 

Efficiënt met ruw- en krachtvoer

Van Goor kent de bedenkingen van critici. Fokken op voerefficiëntie zou ten koste kunnen gaan van de gezondheid van koeien. ‘Als je zonder nadenken enkel en alleen zou fokken op voerefficiëntie, zou dat inderdaad het geval kunnen zijn. Voerefficiëntie is licht negatief gekoppeld aan kenmerken als gevoeligheid voor ketose en dochtervruchtbaarheid’, geeft hij aan. ‘Maar stieren die slecht scoren op deze kenmerken, worden niet ingezet. Er zullen genoeg stieren zijn die een hoge score voor voerefficiëntie combineren met goede fokwaarden voor gezondheidskenmerken’, aldus de foktechnicus. Hij maakt een vergelijking met fokken op productie en vruchtbaarheid. ‘Het kenmerk Inet is licht negatief gekoppeld aan dochtervruchtbaarheid. Toch lukt het de laatste tien jaar om de productie te verhogen en tegelijkertijd de vruchtbaarheid te verbeteren.’

 

Geen kleine koetjes

Ook de redenering dat fokken op voerefficiëntie zou leiden tot krachtvoerkoeien, gaat volgens Van Goor niet op. ‘De metingen op praktijkbedrijven tonen aan dat dit niet het geval is. Koeien met een hoge voerefficiëntie zetten zowel ruw- als krachtvoer efficiënt om in melk.’ Ten slotte wijst de foktechnicus op de relatie tussen voerefficiëntie en hoogtemaat en gewicht. ‘Gemiddeld zijn koeien met een hoge voerefficiëntie kleiner en lichter dan koeien met een lage voerefficiëntie. Tussen de 025 procent hoogste en laagste koeien voor voerefficiëntie op de meetbedrijven is het verschil in gewicht ongeveer
15 kilo’, geeft hij aan. ‘Maar we zien ook dat het in de praktijk zeker niet zo is dat een lichtere koe per definitie efficiënter is dan een zwaardere koe, zolang die zwaardere koe maar meer melk geeft’, legt hij uit. Veehouders hoeven volgens hem dan ook niet bang te zijn dat fokken op voerefficiënte zal resulteren in kleine, iele koetjes. ‘Productie is positief gekoppeld aan hoogtemaat en gewicht. Dus zolang we fokken op productie, zullen koeien groter en zwaarder worden. Maar als we in de selectie naast productie ook voerefficiëntie meenemen, gaat de toename in maat en gewicht wel minder snel.’ CRV is zeker niet de enige fokkerijorganisatie in de wereld die werkt aan voerefficiëntie. ‘Maar we zijn wel de enige organisatie die een index kan presenteren die is gebaseerd op een grote hoeveelheid directe metingen aan melkkoeien in de praktijk’, benadrukt Van Goor. ‘Dit maakt de nieuwe fokwaarde voerefficiëntie ook internationaal een uniek kengetal.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *