‘Fokken op voederconversie is volgende stap in fokkerij’

14
aug
2019
0
Reacties
Voederconversie: Willem Alders, Overloon
Melkveehouder Willem Alders uit Overloon

Voor Willem Alders is voersaldo een belangrijk economisch kenmerk. Cijfers over de voeropname en voederconversie openden hem de ogen voor verschillen tussen koeien. ‘De minste dieren dragen niet of nauwelijks bij aan het totale voersaldo, terwijl de beste dieren nog winstgevender zijn dan verwacht’, stelt hij vast.

Dat er verschillen zouden zijn, had Willem Alders wel verwacht. Maar dat de verschillen in voederconverie tussen koeien zo groot waren, was voor de melkveehouder een verrassing. Sinds twee jaar registreert de familie Alders uit Overloon, in samenwerking met CRV, de voeropname van individuele koeien. De meest efficiënte koeien halen 1,9 kilo meetmelk uit één kilo voer, terwijl de minst efficiënte koeien niet verder komen dan 1,2 kilo meetmelk. Deze verschillen blijken financieel van grote betekenis. ‘Een koe met een lactatiewaarde van 96 en een gunstige voederconversie bleek nagenoeg even winstgevend als een vergelijkbare stalgenote met een lactatiewaarde van 106 maar een ongunstige voederconversie’, noemt Willem als concreet voorbeeld.

‘Verschillen in voederconversie tellen hard door in voersaldo’

Grote verschillen in voersaldo

Met zijn vader Ben, moeder Hannie en broer Tim beheert Willem Alders een veelzijdig agrarisch bedrijf met onder andere een installatie voor de verwerking van mest. Willem heeft de leiding over het melkveebedrijf met 200 melkkoeien en 85 stuks jongvee op 50 hectare grond. De koeien realiseren een rollend jaargemiddelde van ongeveer 11.000 kilo melk met 4,20% vet en 3,65% eiwit bij tweemaal daags melken. ‘Wij streven naar een hoge melkproductie per koe, want dat is voor ons intensieve bedrijf het meest winstgevend’, stelt de melkveehouder.

‘We moeten voer aankopen en mest afvoeren. Dat maakt voersaldo – melkopbrengst minus voerkosten – voor ons een belangrijk economisch kenmerk’, legt hij uit. Op basis van de gemeten voeropname blijken er voor dit kengetal binnen de veestapel opvallend grote verschillen te bestaan. ‘De minst presterende dieren dragen niet of nauwelijks bij aan het totale voersaldo, terwijl de best presterende dieren juist zeer winstgevend zijn’, stelt Willem vast.

‘Een goede genetische aanleg komt er bij slecht management niet uit. Maar als de genetische aanleg er niet is, zal goed management minder goed renderen’,

Ruwvoerverwerkers ook krachtvoerverwerkers

De veehouder verwacht overigens dat de resultaten op zijn bedrijf goed vertaald kunnen worden naar andere, bijvoorbeeld extensievere, bedrijven. ‘We zien dat de koeien die ruwvoer efficiënt omzetten in melk ook krachtvoer goed benutten’, geeft de veehouder aan. Fokkerij speelt volgens Willem een belangrijke rol bij het realiseren van een goed rendement uit het bedrijf. ‘De prestaties van de koeien zijn het resultaat van een combinatie van genetische aanleg en management’, geeft de veehouder aan. ‘Een goede genetische aanleg komt er bij slecht management niet uit. Maar als de genetische aanleg er niet is, zal goed management minder goed renderen’, stelt hij.

 

Voederconversie als plus

Overigens benadrukt de melkveehouder dat voederconversie niet los kan worden gezien van productie, levensduur, gezondheid en vruchtbaarheid. ‘Een koe die veel melk uit een kilo voer haalt maar na één lactatie uitvalt, kan natuurlijk nooit efficiënt zijn’, geeft hij als voorbeeld. Een gezonde, hoogproductieve veestapel blijft voor Alders dan ook de basis van het fokdoel. ‘Maar fokken op voederconversie is wel de volgende stap in de fokkerij die een extra plus kan geven’, stelt hij. ‘Dat is niet alleen financieel interessant, het draagt ook bij aan de duurzaamheid van de melkveehouderij.’

 

Eenvoudig fokken op voederconversie

Sinds december 2017 publiceert de Coöperatie CRV voor alle stieren de fokwaarden voeropname (in kilogrammen droge stof). De cijfers zijn gebaseerd op gemeten voeropnames van duizenden koeien. Het realiseren van een lage voeropname is geen doel op zich. Een koe die veel vreet, kan toch een hoge voederconversie hebben, als ze ook maar veel melk geeft. De fokwaarden ‘besparing voer voor onderhoud’ (bvo, in kilogrammen droge stof) en ‘besparing voerkosten voor onderhoud’ (bvk, in euro per lactatie) houden daar rekening mee.

Fokken op bvk leidt tot koeien die minder voer nodig hebben voor het onderhoud van hun lichaam, beweging en vertering. Hierdoor blijft er meer over voor de productie van melk en stijgt de voederconversie. Sinds april 2018 wordt de fokwaarde bvk voor 5 procent ingewogen in de totaalindex NVI. De totale voerefficiëntie gedurende het leven van een koe is niet alleen afhankelijk van productie en voeropname, maar ook van levensduur, persistentie, laatrijpheid, leeftijd bij afkalven en tussenkalftijd. Al deze fokwaarden worden meegenomen in de berekening van het fokkerijgetal Better Life Efficiëntie.

Wilt u nog meer weten over de mogelijkheden om met fokkerij de voederconversie van uw veestapel te verhogen? Lees hier een achtergrondartikel uit Veeteelt. Of neem contact op met uw veestapeladviseur, die u alles over deze nieuwe ontwikkeling kan vertellen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *