Fokken op levensduur voor meer eiwit van eigen land

categorie Efficiëntie
9
apr
2020
0
Reacties
eiwit van eigen land: melkveehouder Mark Sluis
Melkveehouder Mark Sluis uit Hem

Moeiteloos lepelt Mark Sluis enkele cijfers op uit de KringloopWijzer over 2019. ‘Vorig jaar haalden we 85 procent van het gevoerde eiwit van eigen land en voerden we zo’n 24 kilo krachtvoer per 100 kilo melk bij een gemiddelde productie van 10.000 kilo melk met 4,30% vet en 3,48% eiwit’, vertelt de melkveehouder uit het Noord-Hollandse Hem.

‘Ik denk dat het kengetal “percentage eiwit van eigen land” in de toekomst steeds belangrijker wordt. En veel eiwit van eigen land halen en goed benutten is natuurlijk ook bedrijfseconomisch interessant. Hier probeer ik in de bedrijfsvoering dan ook op te sturen’, legt hij uit.

Sturen op eiwit van eigen land

Sluis heeft samen met zijn vrouw Linda een melkveebedrijf met 170 melkkoeien en 85 stuks jongvee op 110 hectare, waarvan 15 hectare wordt verhuurd voor de teelt van bollen. De huiskavel is 48 hectare. ‘Ons bedrijf leent zich goed voor weidegang en het helpt ons om eiwit uit gras goed te benutten. Afgelopen jaar liepen de koeien 196 dagen gemiddeld 5,7 uur per dag in de wei’, legt de veehouder uit.
Naast een hoge graslandproductie en een uitgebalanceerd rantsoen draagt ook een hoge levensproductie van de koeien volgens Sluis bij aan een hoog percentage eiwit van eigen land. ‘Oudere koeien zetten voer efficiënter om in melk dan jonge koeien en hoe lager het vervangingspercentage, hoe minder jongvee ik hoef op te fokken’, geeft hij aan.
Het afgelopen boekjaar was de gemiddelde leeftijd van de afgevoerde koeien net geen zes jaar en de levensproductie bijna 40.000 kilo melk. ‘Maar daar ben ik niet tevreden mee’, merkt de veehouder zelfkritisch op. ‘Het is in het verleden wel eens hoger geweest. Dus het moet mogelijk zijn om hierop vooruitgang te boeken.’

Eiwitpercentage en levensduur

Fokkerij kan volgens de Noord-Hollandse veehouder een belangrijke bijdrage leveren aan verhoging van de levensproductie en daarmee aan een hoger percentage eiwit van eigen land. ‘We selecteren stieren op basis van de fokwaarden voor eiwitpercentage en levensduur. Als stieren goed scoren op levensduur, zit het met de fokwaarden voor gezondheid en exterieur meestal ook wel goed, anders zouden de dochters nooit lang blijven lopen’, redeneert de veehouder. Hij gebruikt het SAP voor het maken van de best passende paringen en om inteelt te voorkomen. ‘Daarbij zet ik al twintig jaar uitsluitend fokstieren in. Niet omdat ik niet de voordelen zie van het gebruik van merkerfokwaarden – we laten alle kalveren typeren en zijn deelnemer aan Fokken op Maat – maar de fokwaarde levensduur van stieren heeft pas echt toegevoegde waarde als deze gebaseerd is op prestaties van grote aantallen dochters’, vindt hij.

‘Als stieren goed scoren op levensduur, zit het met de fokwaarden voor gezondheid en exterieur meestal ook wel goed’

Op dit moment staan de stieren Nilson, Malcolm, Solero, Lucifer en Rocky op het inseminatielijstje. Met name van deze laatste stier is Sluis een groot fan. ‘Daarnaast gebruiken we de brownswiss-stier Cadence’, vertelt hij. ‘We hebben in het verleden ook al eens gekruist met brownswiss-stieren. Die kruislingen bevielen goed. Ze gaven iets minder melk dan de holsteins, maar door het heterosiseffect bleven ze gemiddeld wel een jaar langer lopen. Zo haalden ze ook een hoge levensproductie’, stelt de veehouder vast.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *