Bonte kermis van drie rassen past goed bij Bosgoed

categorie Efficiëntie
25
sep
2015
0
Reacties
Door consequent naast holstein in te zetten op brown swiss en jersey heeft Bosgoed een efficiënte en vruchtbare veestapel
Door consequent naast holstein in te zetten op brown swiss en jersey heeft Bosgoed een efficiënte en vruchtbare veestapel

Holstein, jersey en brown swiss: daar draait het om bij Walter Bosgoed. Hij predikt kruisen nadrukkelijk niet als enige zaligmakende weg, maar ziet wel dat het bij hem leidt tot een evenwichtige, efficiënte, robuuste en vruchtbare veestapel.

‘Begrijp me goed, ik ben niet anti-holstein’, zegt Walter. Walter en Caroline Bosgoed, Denekamp‘Iedere boer maakt zijn eigen keuzes afhankelijk van bedrijfsdoel en omstandigheden. Er zijn vele wegen die naar Rome leiden en ik volg de weg van het kruisen.’

De beslissing om te gaan kruisen is eigenlijk een optelsom van veel factoren. ‘Ik ben geïnspireerd geraakt, doordat ik er in de literatuur over las en in de praktijk tijdens buitenlandse reizen zag, dat kruislingbedrijven structureel beter presteerden dan bedrijven met zuivere holsteins. Iemand die mij op dit pad zeker geïnspireerd heeft is Wally Lindskoog van de Arlindafokkerij.’

Lindskoog zei destijds tegen Walter: ‘Als ik betere resultaten wil dan die ik met holsteins heb bereikt, zal ik kruislingen moeten fokken.’ Een zin die Walter altijd is bijgebleven.

Walter prijst de melkdrang van holsteinkoeien. ‘Daar kun je gewoon niet zonder. Maar hij typeert ze ook als ‘fijngevoelig’, dieren die gebaat zijn bij niet te veel variatie. Bij kruislingen is dat volgens hem anders. ‘Alleen al van veranderingen in het weer trekken ze zich veel minder aan. Het zijn gewoon robuuste dieren.’

‘Wist je dat het darmstelsel van een jersey negen meter langer is dan de veertig meter van de holsteinkoe?’

Het beste van drie werelden
De kruisingsaanpak van Walter is als volgt: als eerste zet hij een jersey op een holsteinkoe. Op de nakomeling daarvan komt een brown swiss. En daarna wordt twee keer een holsteinstier gebruikt. ‘Zo gebruik ik het beste van drie werelden, drie rassen die wat toevoegen aan mijn oorspronkelijke veestapel.’

Genoemd is al de melkaanleg van de holsteins, de jerseys roemt hij om hun efficiëntie. ‘Een jersey is kleiner en alleen daarom al efficiënter. Maar wist je bijvoorbeeld dat het darmstelsel van een jersey negen meter langer is dan de veertig meter van de holsteinkoe?’

De kracht van brown swiss is volgens de Twentse melkveehouder de ‘heel goede benen’, het eiwitgehalte en de duurzaamheid. ‘Onderzoeken uit Duitsland laten zien dat brownswisskoeien gemiddeld langer meegaan dan holsteinkoeien,‘ beweert Bosgoed.

Al die jaren van kruisen heeft optisch geleid tot een bonte kermis van koeien in de stal. ‘Een kermis die mij goed past’, zegt Bosgoed lachend. De tussenkalftijd lag in 2014 structureel onder de 380 dagen, het inseminatiegetal lag tussen de 1,3 en 1,4 en het gemiddelde vervangingspercentage was 15%. De gemiddelde levensproductie bij afvoer lag op 36.613 kg melk (5,18% vet en 3,96% eiwit). ‘Eigenlijk heb ik mijn bedrijfsdoel, een evenwichtige, efficiënte, robuuste, vruchtbare veestapel, wel bereikt.

Tmr-rantsoen
Het bedrijfsdoel is natuurlijk niet alleen het resultaat van kruisen alleen. Voeding speelt daarbij ook een cruciale rol. Bosgoed vindt dat zijn rantsoenefficiëntie minimaal 1,5 kilo melk per kilo droge stof moet zijn. Gemiddeld zit hij daar met 1,7 boven. Om daar goed op te kunnen sturen, voert hij tmr-rantsoen, waarbij hij gebruikmaakt van losse grondstoffen.

‘Door met een halve kilo te schuiven kun je de rantsoenefficiëntie behoorlijk beïnvloeden’, stelt hij. ‘Een boer die alleen A- of B-brok voert, heeft veel te weinig componenten om mee te schuiven.’ In een open loods laat Walter zien welke grondstoffen hij momenteel gebruikt: geplette gerst, maismeel en bietenpulp. Als eiwitbron gebruikt hij soja of lupinen en een mix van vitaminen en mineralen. Graskuil en snijmais vormt de basis van het tmr-rantsoen.

Volledig tmr komt volgens Bosgoed het best tot zijn recht als de koeien zo veel mogelijk in hetzelfde lactatiestadium zitten. Tachtig procent van zijn veestapel kalft daarom af in het najaar.

Kruisen blijft hij voorlopig doen. Tenzij zijn zoon Jord, de beoogde bedrijfsopvolger, het straks anders ziet en wil. ‘Ik ben flexibel en realistisch genoeg om dan samen met hem te bekijken welke weg we inslaan.’

Dit is een artikel uit CRV Magazine. Lees meer artikelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *