Vruchtbare delta verdient vitale melkveehouderij

categorie Coöperatie
14
nov
2019
0
Reacties
Dick Hordijk, Agrifirm (links) en Roald van Noort, CRV (rechts)

Soms is het nodig om een gezond tegengeluid te laten horen, vinden Dick Hordijk en Roald van Noort. De hoogste bazen van Agrifirm en CRV geven tegengas aan de discussie over inkrimping van de veestapel. De oplossing is volgens hen niet minder dieren, maar meer innovatie.

(interview verschenen in Veeteelt – november 1 – 2019)

‘Trots op de boer!’ De tekst op de manshoge poster in de hal van het hoofdkantoor van Agrifirm in Apeldoorn is niet te missen. Een poster met eenzelfde slogan – die eerder als advertentie verscheen in een groot aantal dagbladen – siert de entree van het CRV-kantoor in Arnhem. De boerencoöperaties grepen de protestacties van de afgelopen weken aan om een signaal af te geven aan de Nederlandse samenleving. Het moet maar eens afgelopen zijn met het afschuiven van problemen op het bordje van de boeren. Ze verdienen juist een steuntje in de rug.

Achter een beker melk en een broodje kaas nemen Dick Hordijk, CEO van Agrifirm, en Roald van Noort, CEO van CRV, rustig de tijd om hun visie te geven op de onrust in de sector. De wereld is helemaal niet gebaat bij minder koeien in Nederland en de Nederlandse economie kan niet zonder sterke melkveehouderij, benadrukken ze. ‘De boer is niet het probleem, maar een belangrijk onderdeel van de oplossing.’

Roald van Noort: ‘De wereld is niet gebaat bij minder koeien in Nederland’

Hoe heeft u het boerenprotest persoonlijk beleefd?
Hordijk: ‘Toen de acties werden aangekondigd, keek ik daar, eerlijk gezegd, best met een beetje spanning naar. Niet dat ik de emoties van de boeren niet begrijp. Die begrijp ik heel goed. Maar ik was wel bezorgd over de reacties vanuit de samenleving. Zouden burgers, in de file, de emotie ook begrijpen? Maar gelukkig zagen we opgestoken duimpjes in plaats van onbegrip. Het bewijst maar dat het beeld van de landbouw helemaal niet zo slecht is als we als boeren zelf dachten. En dat Nederlanders nog altijd veel waardering hebben voor het werk van boeren, die aan de basis staan van de voedselketen.’
Van Noort: ‘Ik ben blij dat de Nederlandse samenleving de acties heeft omarmd. Maar ik ben ook bezorgd. Ik stel vast dat het debat over de toekomst van de veehouderij de afgelopen maanden sterk is gepolariseerd. Standpunten zijn gekleurd door verborgen agenda’s en feiten lijken er niet meer toe te doen. Zelfs het toenemende aantal stadskinderen met astma zou volgens sommigen te wijten zijn aan stikstof uit de veehouderij … Alsof de uitstoot van fijnstof in steden door verkeer en industrie niet een veel groter probleem is! Daarbij vind ik het ook zorgelijk dat wetenschappelijk onderzoek, zoals dat van het RIVM, niet meer wordt vertrouwd. Als er geen onbetwiste wetenschappelijke basis meer is, waar moeten we beleid dan op baseren?’

Agrifirm stuurde een brandbrief naar de minister en CRV was mede-initiatiefnemer van de campagne ‘Wij zijn trots op de boeren’. Werpt u zich op als belangenbehartiger?
Hordijk: ‘We zien dat maatschappelijke organisaties met een beperkte achterban veel aandacht krijgen en daardoor grote invloed hebben op het debat. Dit doen ze door veel kabaal te maken en hun ongenuanceerde boodschap slim te communiceren. Het is een taak van de hele sector – en dus ook van boerencoöperaties – om hier, met een goed onderbouwd verhaal, tegengas aan te geven. Meestal doen we dat achter de schermen. Maar soms is het nodig om in het openbaar een gezond tegengeluid te laten horen.’
Van Noort: ‘Met het verdwijnen van de productschappen is veel boerenkennis uit Den Haag verdwenen. Tegelijkertijd legt de overheid veel verantwoordelijkheid neer bij het bedrijfsleven. Dit betekent dat je er als grote coöperatie niet aan ontkomt om je te laten horen als er politieke besluitvorming plaatsvindt.’

Een groot deel van de Nederlandse zuivel wordt geëxporteerd. Critici vinden dat dit best een beetje minder kan om ruimte te geven aan natuur en een gezonde leefomgeving.
Van Noort: ‘Ik stoor me aan deze kortzichtige benadering. De wereld is niet gebaat bij minder koeien in Nederland. Broeikasgassen en stikstof houden zich niet aan landsgrenzen. Het is toch niet meer dan logisch dat voedsel daar wordt verbouwd waar dit het meest efficiënt kan? Nederland is een vruchtbare rivierdelta met een gematigd klimaat en voldoende zoet water. Kortom, een ideaal land voor melkveehouderij. Ik durf de stelling wel te verdedigen dat de wereld beter af zou zijn met meer in plaats van minder koeien in Nederland.’
Hordijk: ‘De wereldwijde vraag naar zuivel neemt toe. De melk die we in Nederland niet produceren, zal ergens anders worden geproduceerd. Maar dan wel met een veel grotere impact op het milieu. Nederlandse melk heeft internationaal verreweg de laagste CO2-voetafdruk en Nederlandse melkveebedrijven zijn de beste en schoonste van de wereld. Dit wordt in het buitenland algemeen erkend. Alleen hier in eigen land lijkt die waardering er niet te zijn.’

Maar we hebben nu wel te maken met een acuut stikstofprobleem.
Hordijk: ‘De discussie over stikstof lijkt zich nu toe te spitsen op de omvang van de veestapel. Maar het probleem is niet het aantal dieren, maar de uitstoot van ammoniak. Die kunnen we ook terugdringen zonder te snijden in de veestapel. Dat heeft de sector de afgelopen jaren al bewezen en er zijn nog veel mogelijkheden om de ammoniakuitstoot per dier verder te reduceren. Denk bijvoorbeeld aan aanpassingen in rantsoenen en stalsystemen. En door het koppelen van data – zoals Agrifirm en CRV doen in JoinData – kunnen we nieuwe oplossingen ontwikkelen.’
Van Noort: ‘De problemen die op tafel liggen, zijn niet alleen het probleem van de veehouderij, maar van de hele Nederlandse samenleving. En dat moeten we als samenleving ook met elkaar oplossen. Het is niet eerlijk om alles op het bordje van de boer te schuiven. Het is veel te simpel om te veronderstellen dat met minder dieren alle problemen zijn opgelost. Met innovatie kunnen we veel meer bereiken. Door te fokken op voerefficiëntie bijvoorbeeld kunnen we koeien nog veel efficiënter laten produceren en daar zetten we ook vol op in.’

Dick Hordijk: ‘Het wordt hoog tijd voor rust in de tent. Geef de sector duidelijkheid’

Critici zullen sceptisch reageren op dit betoog uit de monden van de CEO’s van Agrifirm en CRV. Inkrimping van de veestapel kost de coöperaties immers ook direct omzet.
Van Noort: ‘De Nederlandse economie wordt beschouwd als een kenniseconomie. Maar we hebben de primaire productie wel nodig om deze kennis te kunnen ontwikkelen. Voor een sterke economie is een sterke primaire sector onmisbaar. Wie morrelt aan de kritische massa van de melkveehouderij, morrelt aan de internationale concurrentiekracht en gooit kansen overboord.’
Hordijk: ‘Het belang van een vitale melkveehouderij gaat veel verder dan het belang van Agrifirm en CRV. De zuivelsector levert direct en indirect een heel belangrijke bijdrage aan de Nederlandse economie. En melkveehouders kunnen helpen met het oplossen van problemen waar de hele samenleving mee te maken heeft. Denk bijvoorbeeld aan het verlies van biodiversiteit en de transitie naar duurzame energie.’
‘We moeten ook beseffen dat de uitdagingen waar Nederlandse boeren voor staan, niet uniek zijn. Ook in het buitenland gaan ontwikkelingen snel en spelen discussies op het gebied van dierwelzijn en milieu. De kennis die we hierover in Nederland ontwikkelen, kunnen we exporteren en daarvan profiteert de hele Nederlandse economie. Om deze innovatiekracht te behouden is het belangrijk dat we een sector met voldoende omvang in de benen houden.’

Wat moet er gebeuren om boeren weer vertrouwen te geven?
Hordijk: ‘Het wordt hoog tijd voor rust in de tent. Geef de sector duidelijkheid en biedt boeren experimenteerruimte om te vernieuwen. Want innoveren kunnen boeren als geen ander. Daarbij moet de overheid zich ook inspannen voor een gelijk internationaal speelveld, om te beginnen binnen Europa. Als je melkveehouders in Nederland kostprijsverhogende maatregelen oplegt en tegelijkertijd laat concurreren op de wereldmarkt, dan gaan ze het verliezen. Wanneer we gezamenlijk – politiek, burgers en boeren – afspreken waar de grenzen liggen, dan pakken boeren hun verantwoordelijkheid en gaan ze aan de slag.’
Van Noort: ‘Boeren zijn het schoolvoorbeeld van ondernemers die kijken naar de lange termijn. Natuurlijk zijn ze bereid om hun bedrijf aan te passen aan veranderingen, maar dat kan niet van de ene op de andere dag. Huizenbezitters krijgen toch ook de tijd om hun woning energiezuiniger te maken? Door onzekerheid schieten boeren in de overlevingsstand en wordt er niet meer geïnvesteerd in vernieuwing. De overheid zou duidelijke doelen voor de lange termijn moeten stellen en veehouders de ruimte moeten bieden om daar op hun eigen manier naartoe te werken. Dan wordt ondernemerschap gestimuleerd. Boeren zijn niet het probleem, maar een belangrijk onderdeel van de oplossing.’

Dick Hordijk en Roald van Noort mengen zich in het debat over stikstof

Dick Hordijk (links) en Roald van Noort mengen zich in het debat over stikstof

 

naam Dick Hordijk (op de foto links)
leeftijd 52 jaar
functie CEO van Royal Agrifirm Group
vorige functies diverse functies bij o.a. Provimi en Cargill

naam Roald van Noort (op de foto rechts)
leeftijd 58 jaar
functie CEO van CRV Holding BV
vorige functies diverse functies bij fokkerijdivisie van Nutreco

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *